Zoeken!

Behandeling overmatig bloedverlies tijdens de menstruatie met ballontherapie

Een op de vijf vrouwen heeft last van overmatig bloedverlies tijdens de menstruatie. De klachten treden vooral op bij vrouwen tussen 35 en 45 jaar. Na verwijzing door de huisarts kan de gynaecoloog het overmatig bloedverlies bestrijden met medicijnen. Wanneer dit niet het gewenste resultaat heeft, is de ballontherapie een goede methode om overmatig bloedverlies tegen te gaan door het verwijderen van het baarmoederslijmvlies.

 

De ballontherapie

Tijdens de behandeling wordt de baarmoederhals verdoofd. De ballon wordt ingebracht en opgeblazen. Met een speciale verwarmde vloeistof haalt de gynaecoloog het baarmoederslijmvlies weg. Ballontherapie is niet voor iedere vrouw een geschikte oplossing. Wanneer er bijvoorbeeld sprake is van vleesbomen of poliepen, wordt de ballontherapie niet toegepast. Ballontherapie is alleen geschikt voor vrouwen die niet meer zwanger willen worden, maar voorkomt geen zwangerschap. Het gebruik van anticonceptie blijft na de behandeling noodzakelijk

 

De ballontherapie kan zowel poliklinisch als op de operatiekamer worden uitgevoerd. De patiënt kan zelf haar voorkeur uitspreken. Bij de poliklinische behandeling hoeft de patiënt niet te worden opgenomen. Zij kan direct na de ingreep naar huis. Na de behandeling neemt de hoeveelheid bloedverlies bij de volgende menstruatie sterk af of er is zelfs helemaal geen bloedverlies meer. Ook de menstruatiepijn verdwijnt grotendeels.

 

Ballontherapie onder volledige narcose

Ballontherapie onder plaatselijke verdoving (poliklinisch)

Vijf vragen over: Baarmoederhalskanker

Iedere vijf jaar ontvangen vrouwen tussen 30 en 60 jaar een uitnodiging voor het maken van een uitstrijkje in het kader van het bevolkingsonderzoek baarmoederhalskanker. Gynaecoloog Jeroen Becker geeft antwoord op vijf vragen over het bevolkingsonderzoek, HPV-virus en de behandeling van baarmoederhalskanker.

 

  1. Waarom is het zo belangrijk dat vrouwen meedoen aan het bevolkingsonderzoek baarmoederhalskanker?

“Het is de enige vorm van kanker die je door screening in het voorstadium – dus voordat er daadwerkelijk sprake is van kanker – kunt ontdekken en behandelen. Door vroegtijdig onrustige cellen op te sporen en te onderzoeken kan in veel gevallen baarmoederhalskanker worden voorkomen. Bij het bevolkingsonderzoek wordt door middel van een uitstrijkje door de huisarts of -assistent weefsel afgenomen. Dat wordt onderzocht op onrustige cellen.”

 

  1. Wanneer wordt een vrouw doorverwezen naar de gynaecoloog voor vervolgonderzoek?

“Er zijn verschillende uitslagen mogelijk. De uitslagen PAP-1, PAP-2 en PAP 3a wijzen doorgaans op zeer milde afwijkingen. Soms word je hiervoor doorverwezen, maar behandeling is vaak niet nodig. Vrouwen die de uitslag PAP-3b, 4 of 5 krijgen, worden altijd doorverwezen naar een gynaecoloog. Bij een PAP-3b en PAP-4 kan er sprake zijn van een afwijking die - indien niet voortijdig verwijderd - op den duur kwaadaardig kan worden. Tijdens het vervolgonderzoek voeren we een colposcopie uit. We brengen op de baarmoedermond vloeistof aan die afwijkende cellen laat oplichten. Van dat oplichtende gebied wordt vaak een biopt genomen. Bij 90% van de vrouwen is er sprake van afwijkende, maar niet kwaadaardige cellen en kunnen we dit gebied tijdens een vervolgafspraak verwijderen. Bij een PAP-5 uitslag zijn de cellen dusdanig afwijkend dat dit kan duiden op baarmoederhalskanker. In dat geval nemen we meestal alleen een biopt om de diagnose met zekerheid te kunnen stellen. Indien er sprake is van een kwaadaardigheid verwijzen we door naar het UMC in Utrecht, waar verder onderzoek en de behandeling plaatsvindt.”

 

  1. In 95% van de gevallen wordt baarmoederhalskanker veroorzaakt door HPV. Wat is dat?

“HPV staat voor het humaan papillomavirus. Dit virus wordt overgedragen door lichamelijk/seksueel contact, ook als dat veilig gebeurt. Het subtype hoog-risico HPV ofwel hrHPV kan bij een kleine minderheid van de vrouwen celschade veroorzaken die uiteindelijk kan leiden tot baarmoederhalskanker. Een condoom verkleint overdracht op het virus, maar kan het niet helemaal voorkomen. Het is belangrijk om te beseffen dat HPV zeer veel voorkomt en bij de meerderheid van de vrouwen geen gevolgen heeft. Over het algemeen kan het afweersysteem van het lichaam dit virus zelf opruimen. Maar soms lukt dat niet, dan kan het virus lichaamscellen veranderen. Bij een klein aantal vrouwen (1%) ontwikkelt zich zo baarmoederhalskanker. Tussen het moment van besmetting en het ontstaan van baarmoederhalskanker zit overigens meestal meer

dan 15 jaar.”

 

  1. Welke klachten kunnen duiden op een voorstadium van baarmoederhals kanker?

“Wij adviseren vrouwen die na de gemeenschap regelmatig bloedingen hebben of last hebben van afwijkende afscheiding naar de huisarts te gaan voor het maken van een uitstrijkje.”

 

  1. Het bevolkingsonderzoek gaat veranderen, waarom?

“Het is nog niet helemaal duidelijk wanneer het bevolkingsonderzoek gaat veranderen, maar ik verwacht begin 2017. Het is effi ciënter eerst te testen op hrHPV. Het uitstrijkje zal vanaf dan dus niet eerst beoordeeld worden op afwijkende cellen, maar op de aanwezigheid van hrHPV. Pas als dit virus aanwezig is, wordt het uitstrijkje beoordeeld op onrustige cellen. Daarnaast zal het mogelijk worden een zelfafnametest te bestellen. Als de uitslag hrHPV aantoont, zal alsnog een uitstrijkje moeten worden gemaakt bij de huisarts.”

Om deze website optimaal te laten functioneren gebruiken wij cookies. Voor meer informatie zie ons cookiebeleid.