Zoeken!

Onderzoeken

Bij een staaroperatie wordt uw troebele ooglens vervangen door een heldere kunststof lens, dit kan een aanzienlijke verbetering van het zicht geven.

 

Het poliklinisch vooronderzoek/Lensmeting 

Voordat de operatie plaatsvindt, wordt de juiste sterkte van de nieuwe implantlens bepaald. Dit gebeurt door middel van echo-onderzoek. De keuze van de juiste implantlens is ook afhankelijk van de meting van het andere oog, om die reden worden altijd beide ogen gemeten. Bovendien kan de meting van het andere oog later gebruikt worden als het nodig mocht zijn dat oog ook te opereren. De sterkte van de implantlens is bepalend voor de brilsterkte die na de operatie nodig is. Uitgebreide informatie over de lensmeting kunt u lezen in de folder Staaroperatie (cataract).

Tijdens het poliklinische bezoek bespreekt de oogarts met u ook de manier van verdoven. Gaat u onder algehele narcose of krijgt u een retrobulbaire prik (injectie onder het oog), dan is een bezoek aan het preoperatieve spreekuur bij de afdeling Anesthesie nodig. Dit is niet nodig als u een plaatselijke verdoving (door middel van druppelanesthesie) krijgt. 

 

Voorbereiding op de operatie 

Van de polikliniek Oogheelkunde krijgt u bericht over de datum van de operatie. Heeft u pussende wondjes op het lichaam, neem dan minimaal drie dagen voor de operatie contact op met de polikliniek Oogheelkunde. Twee dagen voor de operatie begint u met voorbehandelen van het te opereren oog. De oogdruppels kunnen wat prikken, dit is normaal.

U mag niet zelf naar huis rijden na de operatie. Regelt u dus tijdig vervoer.

Eventuele oogdruppels die u voor de operatie al gebruikte moet u normaal doorgebruiken, tenzij de oogarts anders voorschrijft.

 

Lees ook:

De staaroperatie

Na de operatie (nazorg)

 

Om deze website optimaal te laten functioneren gebruiken wij cookies. Voor meer informatie zie ons cookiebeleid.